De Kelders van de gebroeders Van Limburg in Nijmegen

 

1  Aanleiding

Nijmegen, als oudste stad van het land, draagt de laatste jaren met toenemend zelfvertrouwen haar verleden uit. De lange geschiedenis van de stad wordt gezien als  extra meerwaarde. Het blijkt een unique selling point. Met haar rijke historie trekt Nijmegen dan ook steeds meer bezoekers die graag iets van dat verleden willen zien en beleven.

 Helaas heeft dat roerige verleden, juist in Nijmegen, veel van haar eigen sporen uitgewist of onzichtbaar gemaakt. Van een rijke bouwhistorie is niet heel veel meer terug te zien. Veel van de bouwhistorisch interessante zaken betreffen inderdaad in fysieke zin ook een verborgen verleden, meestal alleen zichtbaar in kelders, in balken op zolders of onder de grond. Bij in het verleden zo belangrijke straten als de Burchtstraat en Hezelstraat zijn vanaf de straat voor het grote publiek nauwelijks tastbare sporen uit de middeleeuwen herkenbaar. Gelukkig is er ook op dit vlak een kentering. De herwaardering van het verleden heeft ervoor gezorgd dat initiatieven voor het weer zichtbaar maken van de historie meer kans krijgen. Particuliere initiatieven in ondermeer de Lange Hezelstraat en gemeentelijke initiatieven zoals het zichtbaar maken van de Hertsteegpoort zijn recente voorbeelden van verdwenen middeleeuwse bouwwerken die weer hun plek terugkrijgen als onderdeel van de moderne stad.

Een klein deel van de middeleeuwse bouwhistorie is nog steeds prominent aanwezig en behoort tot de fraaiste plekjes van de binnenstad. De Stevenskerk, het Stadhuis, de Commanderie van St. Jan enzovoorts. Een ander deel is echter nauwelijks zichtbaar en veelal vergeten en ontoegankelijk. Het betreft met name een grote hoeveelheid verborgen kelders verspreid door verschillende delen van de oude stad.

Zo ook de recente ontdekking van de kelder van de beroemdste inwoners van middeleeuws Nijmegen: de gebroeders Van Limburg. Juist deze gebroeders Van Limburg mogen zich de afgelopen jaren verheugen op grote belangstelling. De tentoonstelling over hun werk in 2005 trok meer dan 90.000 bezoekers. Sinds 2005 wordt elk jaar het Gebroeders van Limburgfestival gehouden, wat inmiddels vele tienduizenden bezoekers naar Nijmegen lokt. Zonder overdrijven kan men stellen dat Nijmegen zijn verloren zonen heeft herontdekt en een plek heeft gegeven in de eigen geschiedenis. Omdat in het Nijmeegse stadsbeeld weinig herinnert aan het leven en werk van de gebroeders Van Limburg, mag het een klein wonder heten dat onlangs is ontdekt dat de middeleeuwse kelder onder hun woonhuis/familieatelier nog altijd bestaat.

 

2  Kelders in Nijmegen

Het fenomeen 'kelder' is in onze streken ingevoerd door de Romeinen. De eerste kelders van Nederland vinden we op de plek van Oppidum Batavorum, dat op en rond het Valkhof lag. Zo is aan de Gerard Noodtstraat een vrijwel intacte stenen kelder gevonden, die rond 70 is bedolven met puin.[1] Ook op het Josephhof zijn recent bij opgravingen enkele kelders gevonden. In de na-Romeinse tijd zien we kelders alleen nog terug in grote sacrale gebouwen (zoals cryptes in kerken) en kastelen. Enkele uitzonderingen van oudere, veelal houten huizen (bijvoorbeeld in Deventer en Maastricht) daargelaten, worden pas vanaf de 13e eeuw kelders weer toegepast in woonhuizen. Ook hierin had Nijmegen landelijk gezien een voortrekkersrol. In die tijd - om precies te zijn: tot aan de 14e eeuw - was natuursteen het meest gebruikelijke bouwmateriaal. De in Nijmegen talloos aanwezige Romeinse ruïnes vormden een vrijwel onuitputtelijke leverancier van tufsteen. Nijmegen blijkt in de 13e eeuw dan ook al minstens vijftig stenen huizen te bezitten, mogelijk zelfs het dubbele.[2] Waarschijnlijk heeft de Nijmeegse stadsbrand in 1265 het proces van deze ‘verstening’ van Nijmeegse huizen versneld. Tijdens de brand moet pijnlijk duidelijk zijn geworden dat hout niet het meest ideale bouwmateriaal was.

 In Nijmegen ging men vermoedelijk pas kort voor 1300 baksteen gebruiken als bouwmateriaal.[3] Door de enorme groei van de baksteenproductie kwam het bezit van een stenen huis binnen bereik van een grotere groep bewoners, met name handelaars. Ze lieten huizen bouwen die leken op de oudere, huizen van de adel. De huizen verrezen vooral langs handelsstraten, maar soms ook op enige afstand, aan een hofje. Wie veel geld had, kon zich een ruime kelder permitteren. De grootte van een kelder vormt zodoende dus ook de uitdrukking van een bepaalde status.

 In Arnhem is uitgebreid onderzoek verricht naar kelders uit de late Middeleeuwen. Dat is voor Nijmegen interessant, want er zijn veel parallellen met Nijmegen. Diverse kelders uit de 14e-16e eeuw in en om de Rijnstraat zijn (her)ontdekt, in kaart gebracht, gerestaureerd en ontsloten voor het publiek[4]. Bij veel huizen uit de 14e eeuw bleek een kelder aanwezig onder het voorhuis, meestal in de vorm van een tongewelf. Het gewelf volgt vrijwel altijd een zuivere halfronde vorm en reikt vanaf de vloer drie meter hoog - of nog hoger. Deze kelders waren doorgaans niet bereikbaar vanuit het huis zelf, maar alleen via de straat en/of het achtererf. Eventueel aanwezige binnentrappen zijn later aangebracht.

Ook in de 15e eeuw zijn in Arnhem dit soort tongewelfkelders aangelegd. Het verschil in leeftijd is echter moeilijk te achterhalen. De gebruikelijke graadmeter voor ouderdom van panden is de afmeting van de gebruikte bakstenen. Voor 12e-18e eeuw geldt: hoe groter de baksteen, des te ouder het pand. De oudste bakstenen zijn de zogeheten kloostermoppen met een lengte van soms meer dan 30 cm. In de periode 14e-16e eeuw is de afmeting van de bakstenen echter niet wezenlijk veranderd, zodat een exacte datering op grond van baksteenformaat heel lastig is.

Een mogelijk verschil is te vinden in de constructie en vorm van de tongewelven, die in de 14e eeuw zwaarder zijn uitgevoerd: ze hadden een dikte van een hele steen, terwijl een eeuw later een dikte van een halve steen werd gebruikt.[5] Ook bestrijken de meeste 14e-eeuwse tongewelfkelders een zuivere rondboogvorm, terwijl veel van de iets jongere kelders meer gedrukte boogvormen laten zien.  

 Kelders uit deze vroege periode zijn vooral gebruikt als opslagruimte voor eigen gebruik, bijvoorbeeld voor wijn en bier, of als tijdelijke opslagruimte voor handelaars in bier, wijn, hout, zand en andere handelswaar. Kelders waren in trek vanwege de relatief constante, lage temperatuur en vormden vaak de enige mogelijkheid om etenswaar en drank te behoeden voor bederf. Om die reden bewaarden ook de vele bierbrouwerijen hun bederfelijke waar ondergronds. Daarnaast waren ook kelders in gebruik als werkplaats van bedrijven en ateliers.[6] 

Ook in Nijmegen zijn kelders uit de 14e-16e eeuw bekend, zelfs uit de 13e eeuw.[7] Een aantal voorbeelden:

- Onder het Hof van Batenburg aan de Ridderstraat lag een kelder met kruisribgewelven uit de 13e of hoogstens 14e eeuw. Helaas is dit stadskasteel in 1962 zonder wetenschappelijk onderzoek gesloopt.[8]

- Onder het Nijmeegse stadhuis liggen nog enkele kelders, die in oorsprong dateren uit de 14e eeuw. Het huidige stadhuis is tot stand gekomen door de samenvoeging van vijf woonhuizen, halverwege de 16e eeuw. De 14e-eeuwse panden zijn daarbij ingrijpend verbouwd, maar zeker één van de kelders bleef nagenoeg intact, de zogeheten folterkelder.[9]

- Onlangs is een middeleeuwse kelder ontdekt aan de Lange Hezelstraat 75, die vergelijkbare afmetingen heeft. Deze kelder is gedocumenteerd door het Monumenten Advies Bureau in een rapport over de bouwhistorische ontwikkeling van dit interessante huis, dat mogelijk ook een stadskasteel is geweest.

- Het Glashuiskwartier op de hoek van de Lange Hezelstraat en de Papengas, waaronder in totaal tien kelders uit de 14e t/m de 20e eeuw liggen.[10]

Andere panden waar (mogelijk) kelders zijn te vinden: Lange Hezelstraat, Priemstraat (brouwerijen), Lage Markt, Grote Markt, Antoniusplaats (met o.a. Huize Bethlehem), Latijnse School, restaurant Tijl Uylenspiegel, Molenstraat, Grotestraat, Ziekerstraat, het pand van Framy Meubelen en het huis van Johan Moliart tussen Ridderstraat en Burchtstraat.

Aan deze lijst mogen we dus sinds kort een opmerkelijke kelder toevoegen: die van de gebroeders Van Limburg aan de Burchtstraat.

 


3  De kelders van de gebroeders Van Limburg

 

Volgens het in de catalogus van de expositie over de gebroeders Van Limburg gepubliceerde artikel[11] (gebaseerd op een eerdere publicatie van dr. Friedrich Gorissen[12]) van dr. Willy Niessen e.a. strekte het perceel van de familie Maelwael-Van Limburg aan de noordkant van de Burchtstraat zich uit over de huidige percelen Burchtstraat 61, 63, 65 …en 67, dat nu geheel is opgegaan in het grote pand van C&A.

Op nummer 61, het hoekpand aan de Stockumstraat, is nu een winkel van Yves Rocher gevestigd en op nummer 63 bevond zich tot voor kort croissanterie Le Papillon. Nummer 65 bestaat uit een oude gevel waarachter een recente uitbreiding (jaren ‘70) van C&A schuilgaat. Deze façadegevel herbergt een etalage en de aanloop naar een dubbele roltrap (zie foto’s Bijlage  4).

Als door een wonder lijkt deze historische hoek voor een belangrijk deel ontsnapt aan het bombardement van februari 1944, de stadmodernisering van de gemeente Nijmegen en aan de uitbreidingsplannen van ondernemende winkeliers. Maar daarentegen lijken deze 19e-eeuwse winkelpanden ook niks met de tijd van de Van Limburgs van doen te hebben. Is er dan niets meer over van het ouderlijk huis en het familieatelier van de gebroeders Van Limburg?

 

Tijdens de research voor de opnamen van de documentaire over de gebroeders Van Limburg[13], in het voorjaar van 2005, trof historicus Peter van der Heijden een kelder onder de croissanterie op Burchtstraat 63. De enige toegang tot de kelder was een luik onder een van de tafels in de broodjeszaak. Het betrof een kelder vol koelapparatuur waarin de broodjeszaak zijn bederfelijke waar opsloeg.

Achter deze kelder bleek zich -nauwelijks bereikbaar-  nog een kelder te bevinden, die doorliep onder het pand van nummer 65, onder C&A. Het vermoeden rees dat deze kelders met een groot tongewelf aanmerkelijk ouder zijn dan de 19e-eeuwse winkelpanden erboven.  

Na dit bezoek is Hettie Peterse, projectleider bouwhistorie van de gemeente Nijmegen, ingelicht. De gemeente had net een grootschalige inventarisatie[14] gedaan bij mogelijke middeleeuwse panden, maar was in deze kelders niet geweest.

Naar aanleiding van de melding heeft Hettie Peterse, samen met een collega een bouwhistorische verkenning verricht in deze twee kelders. Hettie Peterse heeft haar bevindingen in een verslag samengevat. Het rapport is niet openbaar, maar wel voor studiedoeleinden beschikbaar. De gemeente heeft hierna (najaar 2005) weinig actie meer ondernomen. Wel is op verzoek van Peter van der Heijden in de zomer van 2013 inpandige sloop van het trappenhuis op nr. 63 stopgezet en kreeg eindelijk de kelder en het pand op nr. 65 –naar verluid- een beschermde status.

De belangrijkste bevinding van Hettie Peterse is dat de kelder, op basis van baksteengrootte, gedateerd kan worden op de 14e-16e eeuw. Het is dus heel goed mogelijk, zo niet waarschijnlijk, dat de kelder deel heeft uitgemaakt van het atelier-woonhuis van de gebroeders Van Limburg.

 

De kelders onder nr. 63 en 65 zijn in februari 2009 door ondergetekenden opnieuw bezocht. De kelders hebben beide een groot tongewelf, ieder een stenen trap naar de Burchtstraat die is dichtgemetseld op straat niveau, een dichtgestorte doorgang in de zoldering naar nr. 65 (het C&A pand), een enkele kaarsnis en een stenen trap die de enige toegang vormt via nr. 63 (croissanterie). De kelder onder nr. 65 ligt vol met puin, zand en sloopmateriaal en is overdwars doorsneden met een vrij recent gemetselde ondersteuningsmuur (4 meter lang) die een riool en (samen met houten stutbalken) het gewelf ondersteunt. De kelder van nr. 65 wordt door een gemetselde muur gescheiden van de kelder van nr. 63, maar lijkt daar van oorsprong een geheel mee te vormen. Dit suggereert wellicht dat de panden erboven in een ver verleden ook een geheel hebben gevormd.

 

De kelders van 63 en 65 zijn ongeveer 3,6 meter hoog (van bodem tot top gewelf), 7.2 meter breed en opgeteld ongeveer 7.6 meter lang. Het tongewelf heeft een lage aanzet of geboorte vanaf de vloer (het oorspronkelijke peil kon (nog) niet worden vastgesteld) en de kruin van het gewelf loopt parallel met de Burchtstraat. De kelders bevatten een versteende vloer en zijn bijna volledig bepleisterd met een dikke laag kalk. De grootte van de gebruikte bakstenen is hierdoor moeilijk te bepalen. Uit het daar liggende puin is een forse baksteen meegenomen met de maten: 27 x 13 x 7,5 centimeter. Dit steenformaat, en dan met name ook de steendikte (7-7,5cm) komt overeen met die van de kelder en opgaand werk van het in 1306 gedateerde huis Lange Hezelstraat 50-52. Her en der is in de wanden en de tussenmuur steen van een vergelijkbaar formaat gevonden. In de tabel die is toegevoegd in de bijlage van Verborgen Verleden komt deze baksteenmaat (type kloostermop) in Nijmegen vooral voor in de 14e eeuw.[15] Vergelijkbare steenformaten keren nog terug in de 16e eeuw (Latijnse school en kelder Grotestraat 21) maar die steen is dunner. De vorm, oriëntatie en maat van het tongewelf komt opvallend overeen met een kelder die is onderzocht aan de Lange Hezelstraat en is beschreven in de zelfde publicatie. “Het gewelf is opgemetseld in baksteen met afmetingen van 26 x 12,5 x 6 centimeter, wat een globale datering in de vijftiende, maar ook een datering in de veertiende eeuw mogelijk maakt. De vormgeving van de kelders met tongewelf die een lage aanzet hebben, de oriëntatie dwars op het perceel en de aanwezigheid van kaarsnissen gelden als vroege kenmerken en sluiten aan bij deze datering.”[16]. De vorm van het tongewelf en de constructie van Burchtstraat 63-65 lijken echter eerder te wijzen op een datering in de 14e eeuw, dan in de 16e eeuw.

Een datering in de 14e eeuw wordt vooral bevestigd door een zelfde type kelder onder het huis van Moliart iets verder op aan de Burchtstraat. Deze kelder heeft niet alleen het zelfde type baksteen, maar bijna exact de zelfde maatvoering en het zelfde type tongewelf van zo’n 3,5 meter hoog. Deze kelder die te bezichtigen is via pannenkoekhuis het Hoogstraatje, is gedateerd op 1350.

 

Duidelijk is dat de kelder onder Burchtstraat 63 en 65 als één geheel tot stand is gekomen. Het is niet uitgesloten dat de tussenmuur bij die bouwfase hoort, hoewel de muur koud onder het gewelf lijkt te zijn gezet. Beide kelderdelen hebben een uitgang gehad naar de Burchtstraat. Het was nu nog niet vast te stellen of beide uitgangen ook oorspronkelijk zijn. Op de kaart van Feltman zien we op die plek een groot langshuis getekend. Wanneer de tussenmuur oorspronkelijk is, is het mogelijk dat ook het pand erboven oorspronkelijk over de lengteas in twee helften was verdeeld. Een dergelijk bijzonder huistype hebben we aangetroffen in de Priemstraat. Dit huis is echter jonger (16e eeuw). Op basis van bovenstaande waarnemingen kunnen we met grote waarschijnlijkheid aannemen dat de kelder onder Burchtstraat 63-65 uit de 14e eeuw stamt en heeft behoort tot het bezit van de familie Van Limburg/Maelwael die het perceel in eigendom hadden van tenminste 1380 tot 1460.

 

Ook onder Burchtstraat 61, hoek Stockumstraat 17 is een kelder aanwezig. De enige ingang bevindt zich in de hal van Stockumstraat 17, waar men via een luik en een ijzeren ladder in een vroeg-20e-eeuwse voorkelder komt (zie Bijlage 5). Na het passeren van een tussenwand komt men in een lange, vrij smalle kelder van in totaal ong. 15 x 4 meter. Deze kelder is doorsneden met twee, later geplaatste dwarsmuren en een muur die de kelder in de lengterichting verdeeld, waardoor in totaal vier ruimtes zijn ontstaan. Deze kelder is ongeveer 2,5 meter hoog, heeft een tongewelf met een hoge geboorte tussen de 1,5 en 2 meter en loopt parallel aan de Stockumstraat en staat dus haaks op de hoge kelder van 63 en 65. De kelder bevat een betonnen en betegelde vloer en is volledig bepleisterd met witte kalk. Naar de telefoonwinkel leidt een van boven gebarricadeerde houten trap. Er lijkt op het eerste gezicht geen verbinding te zijn tussen deze kelder en die van nr. 63/65.

Op het schilderij van Hendrik Feltman uit 1669 zien we op deze plaats drie panden met een zadeldak. De meest rechtse twee van deze daken lopen (net als de kelder onder nr. 61) parallel met de Stockumstraat en de derde (meest linkse) loopt (net als de kelders onder nr. 63 en 65) parallel met de Burchtstraat[17] (zie ook Bijlage 1). Vrijwel zeker dateert de kelder onder Burchtstraat 61 uit de 15e eeuw.

 

4 Een Gebroeders Van Limburg Huis?

 

Zoals Amsterdam trots is op zijn Rembrandthuis, iedereen in Den Bosch je kan wijzen naar de woning van Jeroen Bosch, moeten we in Nijmegen constateren dat er weinig concreets herinnert aan het familieatelier van haar beroemdste zonen: de gebroeders Van Limburg.

Het moge duidelijk zijn dat de aanwezigheid van de kelders onder Burchtstraat 61-65 veel perspectieven kan bieden voor Nijmegen en de Stichting Gebroeders Van Limburg. Hier moeten we iets mee doen. Maar wat?

Nu de aanwijzingen op grond van het verkennende onderzoek door drs. Frank Haans sterk wijzen op het feit dat de kelder van Burchtstraat 63-65 dateert uit de 14e eeuw,  dient te worden bekeken welke weg kan worden ingeslagen tot het behoud en restauratie van deze bijzondere ruimtes op deze historische plek. Nader bouwhistorisch onderzoek kan hoogstwaarschijnlijk inzicht verschaffen over het type huis dat hier gestaan heeft. Archeologisch onderzoek kan ons mogelijk meer gaan vertellen over het leven en de werkzaamheden van de bewoners van deze plek. Hoe dan ook zal verder onderzoek meer licht werpen op de familie Van Limburg – Maelwael die hier 600 jaar geleden woonde.

In een later stadium zou kunnen worden nagedacht over een eventuele exploitatie. Te denken valt bijvoorbeeld aan het zichtbaar maken door glazen vloeren, een expositieruimte, horeca, audiovisuele opstelling, informatiecentrum, steunpunt VVV, souvenirshop  et cetera.

Het is aan te bevelen om de kelder van nr. 61 te koppelen aan de kelder van nr. 63-65. Dan is het mogelijk om eventueel een tweede entree te maken (via de Stockumstraat) en verkrijgt men een beter bruikbaar complex van enige omvang en meer mogelijkheden tot exploitatie.

  

drs. Frank Haans, Monumenten Advies Bureau

drs. Paul van der Heijden

drs. Peter van der Heijden

 

Nijmegen 19 mei 2009/17 maart 2014

 

 

 

Literatuur

 

Boer, P. ‘Stadskastelen’, grote stenen huizen voor de elite. In: Peterse 2004, 56-67.

Clevis, H. Nijmegen: Investigations into the Historical Topography and Development of the Lower Town between 1300 and 1500. Proefschrift RUU, Utrecht 1990.

Dückers, R. & P. Roelofs (red.). De gebroeders Van Limburg. Nijmeegse meesters aan het Franse hof 1400-1416. Nijmegen 2005.

Enckevort, H., J.K. Haalebos & J. Thijssen. Nijmegen. Legerplaats en stad in het achterland van de Romeinse limes. Nijmegen/Abcoude 2000.

Glaudemans, R. Een groot middeleeuws dwarshuis aan de Lange Hezelstraat. In: Peterse 2004, 44-55.

Gorissen, F. Jan Maelwael und die Brüder Limburg: einer Nimweger Künstlerfamilie um die wende des14 Jahrhunderts, In: Bijdragen en Mededeling Vereniging Gelre 54 (1954), 153-221.

Grinten, E. van der. Nijmegen Benedenstad. Beschrijving van een grotendeels verdwenen Stadsgedeelte aan de Waal. Deel I-III, Nijmegen 1980.

Haans, F. & C. Frank. De ondergrondse stad. Een tocht door de Arnhemse kelders. Utrecht 2003.

Haans, F. De ontwikkeling van de huizenbouw tussen 1200 en 1875. In: Peterse 2004, 20-43.

Haans, F. Het bouwhistorisch onderzoek van kelders in Arnhem. In: NVMz-nieuws nummer 4, oktober 2004.

Haans, F. Bouwhistorische verkenning Lange Hezelstraat 75 MAB-rapportages Nijmegen 2006

Lemmens, G. (red.). Het Stadhuis van Nijmegen. Nijmegen 1982.

Niessen, W., P. Roelofs & M. v. Veen-Liefrink. De gebroeders Van Limburg tussen Nijmegen, Bourges en Parijs. In Dückers & Roelofs 2005, 13-28.

Niessen, W. De Nijmeegse onroerend goedmarkt 1570-1630. Nijmegen 2005

Peterse, H. (red.). Verborgen verleden. Bouwhistorie in Nijmegen. Nijmegen 2004.

Thijssen, J. Romeins puin voor middeleeuws Nijmegen, een stevige basis. In: Peterse 2004, 10-19.

 

Overige bronnen:

Kadastrale minuutplan 1822

Stadsplattegrond Feltman

www.keldersarnhem.nl  



[1] Enckevort, Haalebos & Thijssen 2000, 40-41.

[2] Thijssen 2004, 18-19.

[3] Haans 2004, 23.

[4] Haans en Frank 2003.

[5] Haans en Frank 2003, 32.

[6] Haans en Frank 2003, 34.

[7] Zie voor de oudste stenen huizen en kelders: Thijssen 2004.

[8] Haans 2004, 23.

[9] Lemmens 1982, 21-23.

[10] Glaudemans 2004, 47.

 

[11] Dückers & Roelofs, 16.

[12] Gorissen 1954.

[13] De Verborgen Meesters van de Middeleeuwen, de Gebroeders Van Limburg,  Peter van der Heijden, GMG, documentaire Close-up AVRO 2005.

[14] Peterse 2004.

[15] Peterse 2004, 145.

[16] Idem, hoofdstuk 9, Het oude postkantoor aan de Lange Hezelstraat, Agnes Hemmes, p. 127. De dwarsdoorsnede in de afbeelding op p. 125 toont inderdaad een zelfde type kelder.

[17] Duckers & Roelofs, 17. Zie ook bijlage 1.