[opiniestuk januari 2017]

Gebroeders van Limburg 600?

 

Bosch 500

Het kan niemand ontgaan zijn, Den Bosch vierde vorig jaar groots en meeslepend Jheronimus Bosch 500. Dit naar aanleiding van het 500e sterfjaar van de grootste Bossche kunstenaar Jeroen Bosch (ca. 1450-1516).

In 2016 waren er meer dan 100 culturele manifestaties in Den Bosch en omstreken. Het hoogtepunt was een overzichtstentoonstelling van Bosch’ werk in het Noordbrabants Museum met 422.000 bezoekers uit 81 verschillende landen. Ongekende records voor dit museum en Den Bosch.

Uit marktonderzoek was gebleken dat tien jaar terug veel kunstliefhebbers niet meer zo goed wisten wie Jheronimus Bosch was. ‘Een stoffig kunstenaar uit het Land van Maas en Waal.’ Dat beeld moest nodig bijgesteld. Met veel durf, expertise  en geld ondersteunden de gemeente, het museum en andere partijen het initiatief om de kunstenaar weer volop onder de aandacht te brengen. Het jubileumjaar kende een voorbereiding van tien jaar die werd gesteund door de gemeente met een subsidie van 8 miljoen. Het bedrag groeide door co-sponsoring tot 28 miljoen. Een forse investering, die uiteindelijk ruim beloond zou worden.

In ruil voor restauratie en onderzoek kreeg men een groot deel van Bosch’ oeuvre naar de stad. De ‘stoffige kunstenaar’ werd voortvarend gepresenteerd als de ‘grootste middeleeuwse schilder van Nederland’ en het werkte. Van heinde en verre kwam men naar Den Bosch. Restaurants en hotels draaiden dagelijks een zaterdagomzet. De Bossche bollen, kunstboeken en koelkastmagneten waren niet aan te slepen. Het werd het succesverhaal van een kleine stad met een grote droom.

‘Investeren in kunst en cultuur rendeert’, aldus de intendant van de manifestatie, Ad ’s-Gravesande, ‘de stedelijke en regionale economie heeft enorm kunnen profiteren van dit voor Nederlandse begrippen ongekend omvangrijke evenement. Het geld komt dubbel en dwars terug. Zo snijdt het mes aan vele kanten’.

Van Limburg 600

Nijmegen vierde in het zelfde jaar een hele rij jubilea, van 50 jaar Dukenburg tot 100 jaar bibliotheek. De 100e keer Vierdaagse viel daarbij ongetwijfeld het meest op. Het 600e sterfjaar van de drie gebroeders Van Limburg (ca. 1385-1416) zal echter velen –zeker buiten Nijmegen- ontgaan zijn. En dat mag je gerust een gemiste kans noemen.

Nu waren de gebroeders Van Limburg niet alleen 100 jaar eerder dan Bosch, ze zijn volgens de kunstkenners ook ‘de Rembrandts van de middeleeuwen’. Dit ter nuancering van het predicaat  ‘grootste middeleeuwse schilder’, voor Jheronimus Bosch, wiens werk meer in de traditie van de Noordelijke renaissance dan die van de middeleeuwen staat .

De gebroeders Van Limburg zijn, samen met hun oom en leermeester Johan Maelwael, de eerste kunstschilders van Nederland die internationale furore maakten. Dat maakt  Nijmegen tot de bakermat van de Nederlandse schilderkunst. Het past heel goed bij de oudste stad van het land.

Om deze fikse claim nog wat kracht bij te zetten: de familie Bosch heette voor Jheronimus’ naamsverandering  Van Aken en werkte drie generaties achtereen in Nijmegen. Zijn voorvaderen hadden uitgerekend hier een schildersatelier en waren tijdgenoten en collega’s van drie generaties Van Limburgs. Ze woonden letterlijk om de  hoek in de Broerstraat tot grootvader Jan en vader Anthonis van Aken rond 1427 vertrokken naar Den Bosch waar Jeroen rond 1450 werd geboren.

 

Nu hoeven we op de kwaliteit van Jheronimus Bosch niks af te dingen en kunsthistorie is geen wedstrijd. Toch bewijst Den Bosch dat een oude meester de citymarketing flink vooruit kan helpen. Nijmegen health city, de groenste stad, summer capital, prachtig natuurlijk, maar gebonden aan de tijdgeest van nu. De oudste en de eerste is onvervreemdbaar en daarmee een blijvertje. Iedere citymarketeer zou er een moord voor doen.

Waarom kreeg  Gebroeders Van Limburg 600 dan toch niet alle wind in de zeilen? In 2005, bij de grote Van Limburg tentoonstelling in Museum Het Valkhof, werd er al over het jubileumjaar 2016 gesproken. Er was op dat moment voldoende enthousiasme en nog voldoende tijd.

Maar in de tien jaren die volgden kwamen de maren en bezwaren; de broers heetten niet Van Nijmegen, ze schilderden hun topwerk in Frankrijk, hun miniaturen laten zich lastig exposeren, we bezitten hier niets van hun kunst. Allemaal waar, maar niet onoverkomelijk. 2005 had dat allang bewezen. Helaas is het hier ter stede niet gelukt om de benodigde ambitie en organisatiekracht te verenigen. Er kwam geen geld, geen grote expositie en geen internationale aandacht.

We moesten het in 2016, tijdens het jaarlijkse Gebroeders Van Limburg Festival, doen met een fraai jubileumtijdschrift, een tweedaagse tentoonstelling van een toevallig net ontdekt (en prachtig) getijdenboekje van Paul van Limburg en een wetenschappelijk symposium over de echtheid hiervan. Buiten Nijmegen is het niet eens opgevallen.

 

In Den Bosch ondertussen, sloot men het jubileumjaar passend af met de onthulling van een twaalf meter hoog kunstwerk, opgeluisterd door een manifestatie  van honderden muzikanten,duizenden bezoekers en een apocalyptisch vuurwerk. Het jubileumjaar leverde Den Bosch volgens de eerste voorzichtige balans 1,5 miljoen bezoekers en maar liefst 150 miljoen euro op. Vette Vierdaagsecijfers voor een oude meester! De kunst van Jheronimus Bosch is weer bij een breed publiek gaan leven.

Helaas heeft Nijmegen dit jubileumjaar onvoldoende aangegrepen om de gebroeders Van Limburg onlosmakelijk met de stad te verbinden. Jammer, maar niet getreurd. We kunnen nog steeds iets van onze Brabantse buren oppikken. Om het succes te bestendigen heeft Den Bosch onlangs Jeroens’ voormalig atelierwoonhuis aan de Grote Markt aangekocht en gaat er 2 miljoen in investeren. Ad ’s-Gravesande hierover: ‘ Dat biedt de ideale aanvullende gelegenheid om blijvend aandacht te schenken aan de meester en opnieuw bezoekers naar de stad te trekken. Hier kan historie met het juiste concept wonderen doen’.

In Nijmegen wacht het atelierwoonhuis van de gebroeders Van Limburg  aan de Burchtstraat 63 ook op een passende en toekomstbestendige aanpak. Het pand staat al weer jaren leeg en is inmiddels een rotte kies aan de Burchtstraat.  Er is onlangs een herbestemmingsonderzoek afgerond (voor iedereen te downloaden via www.gebroedersvanlimburg.nl) dat in kaart brengt wat de kansen van een Gebroeders Van Limburghuis voor Nijmegen kunnen zijn en langs welke weg het mogelijk tot realisatie zou kunnen komen. Hier is plek voor een eigentijds beleefcentrum over leven en werk van deze kunstenaars.

De grote stadsbussen verdwijnen eindelijk uit de Burchtstraat, wethouder Ben van Hees ontwikkelt plannen voor een revival van deze gehavende oude hoofdstraat en Museum Het Valkhof gaf vorige maand in deze krant aan om tijdens de museumverbouwing volgend jaar op zoek te gaan naar leegstaande winkelpanden voor exposities. Een Gebroeders Van Limburghuis, symbolisch midden tussen Stadhuis en Valkhof, is de aangewezen plek om het spannende verhaal van de eerste schilders van Nederland te vertellen. Een unieke kans op het gebied van erfgoedbeleving, toerisme en citymarketing.

De leegstand van het betreffende pand, met authentieke middeleeuwse kelders,  biedt nu een gelegenheid die niet snel meer voorbij zal komen. Gemeentebestuur, museum en andere betrokkenen, grijp alsnog deze verlate Gebroeders Van Limburg 600-kans en verbind zo de oudste stad definitief met de eerste grote kunstenaars van Nederland.

 

 

oktober 2015

Extra openstelling met Open Monumentendag: thema Symboliek

 

 

zaterdag 28 + zondag 29 augustus 2015: 

expositie # 5 (slot):  Gebroeders van Limburg Festival: miniaturen, pigmenten en perkamenten 

 

Vierdaagseweek zaterdag18 juli-vrijdag 24 juli 2015:

expositie #4  fotografen Gelderlander en de Vierdaagse

 

6, 7, 8 en 28 juni 2015: 

expositie #3 studentenpresentatie Academie voor Kunst en Ambacht  

 

mei 2015: 

expositie #2  Rijnder Kamerbeek en Mirka Farabegoli  

 

 Rijnder Kamerbeek, Marga van den Heuvel, Mirka Farabegoli, Peter van der Heijden     

 

april 2015

expositie # 1: Nijmeegse Realisten

curator van het Gebroeders van Limburg Huis Marga van den Heuvel met de Nijmeegse Realisten: Judith Steenkamer, Jos van Riswick, Emile van Dalen, Ralf Heynen en Erik van de Beek. Rechts Pieter Roelofs conservator Rijksmuseum Amsterdam.

 

29 maart 2015

Johan Maelwael 600

Eind maart 1415 overleed Johan Maelwael. Van Maelwael is het oudste olieverfschilderij op doek bekend. Hij was de oom en leermeester van de gebroeders Van Limburg en werkte ook in het familieatelier aan de Burchtstraat. Na de dood van zijn vader Willem Maelwael zou hij samen met de moeder van de drie broers het perceel erven. Nu precies 600 jaar later, opent op zondag 29 maart om 12 uur het Gebroeders van Limburg Huis haar deuren. De authentieke 14e eeuwse kelders uit de tijd van Maelwael zijn te bezichtigen en er is een expositie van vijf moderne Nijmeegse kunstenaars, de ‘Nijmeegse Realisten’.

Om 16.00 uur is er een aparte opening door Rijksmuseum conservator Pieter Roelofs en een Meet & Greet met de ‘Nijmeegse Realisten’  .

Rondleiding kelders door Peter van der Heijden op zondag 29 maart en 6 april om 12.30, 13.30, 14.30 en 15.30 uur. Daarna elke laatste en eerste zondag van de maand tijdens de koopzondag.

Vanwege 600 jaar Maelwael is er op zondag 29 maart een serie lezingen van Rob Duckers, Victor Schmidt en Patricia Stirnemann over Johan Maelwael en zijn betekenis voor de schilderskunst in Museum Het Valkhof

Download hier het gezamenlijke programmaboekje

 

De ‘Nijmeegse Realisten’ In het spoor van Maelwael / Van Limburg

Nu, zeshonderd jaar later, werkt een generatie kunstenaars in Nijmegen in een eeuwenlange realistische traditie verder. Jos van Riswick, Judith Steenkamer, Ralf Heynen, Erik van de Beek en Emile van Dalen noemen zich de Nijmeegse Realisten. Onafhankelijk van elkaar vallen zij landelijk op door hun verfijning en grote vakkundigheid en ontvangen daarvoor diverse landelijke prijzen. Voor het eerste presenteren zij zich als ‘Nijmeegse Realisten’ met een expositie in het Gebroeders van Limburg Huis op zondag 29 maart en 2e Paasdag, 6 april. Gebroeders van Limburg Huis, Burchtstraat 63, 12.00 – 17.00 uur. Curator van het Gebroeders van Limburg Huis is kunstenaar Marga van den Heuvel. Samen met Peter van der Heijden organiseert ze 2 maal per maand een actuele expositie van hedendaagse kunstenaars op de plek waar de Nijmeegse en Nederlandse schilderkunst ruim 600 jaar geleden begon.

  

30-31 augustus 2014

Tijdens het 10e Gebroeders Van Limburg Festival waren de 14e eeuwse kelders aan de Burchtstraat voor het eerst open voor het publiek. Er was veel belangstelling van jong en oud en er stond zelfs een flinke wachtrij voor de deur.  

  

22 augustus 2014

De gebroeders Herman, Johan en Paul van Limburg hebben hun oude huis en werkplaats op de Burchtstraat 63 symbolisch heropend voor het komende Gebroeders Van Limburg Festival. Dit Gebroeders van Limburg Huis gaat tijdens het festival gebruikt worden als hoofdkantoor van de organisatie.

       

Max, Bram en Reinier als de gebroeders Van Limburg tijdens het jaarlijkse Gebroeders Van Limburg Festival in 2014 poseren voor ‘hun’ voormalig atelier aan de Burchtstraat. De drie broers waren tijdens het festival veel te zien in en onder hun oude woonhuis en atelier. Ze hebben honderden mensen rondgeleid en spannende verhalen verteld over de tijd dat zij hier 600 jaar geleden woonden en werkten. Een week voor het festival onthulden zij een speciaal fries aan de voorgevel ter heropening van hun huis.

De Academie voor Kunst en Ambacht heeft met een 5,5 meter fries op de gevel van het pand gezorgd voor de juiste uitstraling. Deze fries met details uit miniaturen van de kunstwerken van de Gebroeders werd vrijdagochtend 22 augustus onthuld. 

N1 heeft er een nieuwsitem aan gewijd (tweede item op 3.14).   

Van tevoren gaf historicus Peter van der Heijden uitleg over het pand en de uitgravingen in de kelders waarbij onder andere een kannetje is gevonden dat gereconstrueerd werd. De Stichting Gebroeders van Limburg wil graag dat de kelders regelmatig opengesteld gaan worden voor pers en publiek en zo mogelijk zelfs verder uitgegraven worden om nieuwe archeologische en cultureel waardevolle vondsten te doen.

   

20 en 21 november 2013, 2 en 3 januari 2014

Met ruim 20 vrijwilligers is in 4 dagen tijd de kelder onder C&A opgeruimd. Bij een verbouwing half jaren 70 was de kelder als puinstort gebruikt. C&A breidde toen zijn winkelpand aan de Burchtstraat uit door nr. 65 er bij te trekken. Alleen de gevel, het dak en de kelder van nr. 65 zijn toen blijven bestaan, alle tussenmuren en vloeren zijn er uit gesloopt.  Vervolgens is de winkelvloer op de begane grond doorgetrokken en het achterste deel van het pand bestemd tot roltrap. De roltrapput zit nu net achter de 14e eeuwse kelder. Op de verbouwtekeningen uit 1974 is te lezen dat de kelder dicht gestort kan worden. Daar is de aannemer half in geslaagd. 

Alleen via de buren op nr. 63, voorheen croissanterie Le Papillon, was de kelder nog te betreden. Met emmertjes is alles naar boven gesjouwd en zijn 2 containers gevuld. Het leverde zo’n 17 kuub bouwpuin op. Ongeveer 25 ton in gewicht.

Het meeste puin is gezeefd en doorzocht voor het de container in ging. Tussen het puin vonden we onder meer middeleeuwse scherven, natuurstenen kozijnen met een steenhouwersmerkteken, een gietijzeren kookpot en nog veel meer klein spul.

 

 

 

 <iframe width="700" height="394" src="https://www.youtube.com/embed/1piL-GxhPVQ?rel=0" frameborder="0" allowfullscreen></iframe>

 

{youtube}JQOhEdvWXC8{/youtube}  


 https://www.youtube.com/watch?v=JQOhEdvWXC8 

 

29 oktober 2006

Wethouder van cultuur en erfgoed Hannie Kunst onthult een plaquette op de hoek van de Stockumstraat-Burchtstraat. Op deze plek woonden de gebroeders Van Limburg staat er vermeld. De plaquette bestaat uit een tegeltableau met de anatomische mens uit de Très Riches Heures geschilderd door de gebroeders Van Limburg.

Voor deze gelegenheid had de wethouder zich gekleed als een adellijke dame zoals afgebeeld op de afbeeldingen van de drie broers. Met een moderne hoogwerker werd Hannie Kunst een viertal meters boven de straat getild. Waarna het eerste monument in de stad, gewijd aan Nijmeegs beroemdste zonen, kon worden onthuld.